De rabbijn over Chanoeka

We zijn in Israël. De meeste inwoners zijn Joden alhoewel er zich ook vreemdelingen in het land bevinden, die zich zo nodig best vijandig kunnen opstellen. Men moet rekening met ze houden, zij hebben immers veel macht en hebben veel mensen die zij desnoods kunnen inroepen mocht het al te bar worden. Maar vrede heerst er. Er zijn trouwens velen die zich niet zo zeer door deze vreemdelingen bang laten maken. Ze zijn hun goed gezind , dikwijls zelfs goed bevriend. De meesten zijn trouwens zeer modern. Sporten is heel erg in, evenals het zich verdiepen in allerlei wetenschappen. Dit is allemaal zeer interessant en aantrekkelijk voor het Joodse volk. Wat is er mis met wetenschap? Astrologie, geneeskunde, natuurkunde, literatuur en filosofie; men wordt er alleen maar wijzer van. En sporten? Dat is alleen maar gezond, vraag dat maar aan de geneesheer!

We hebben het over 2141 jaar geleden. Israël is onder Syrische-Griekse heerschappij. Vrede is er en zal voorlopig ook blijven. De Grieken worden geduld, ja, door velen zelfs graag gezien. De Grieken zijn aardige mensen die veel respect hebben voor het Jodendom, althans voor de meeste gebruiken. De hellenisten, d.w.z. die mensen die zich door de Griekse manier van denken laten beïnvloeden beginnen een meerderheid te vormen. Zij gaan zich langzamerhand storen aan enkele ouderwetse fanatiekelingen (de Maccabiem) die zich niet aan de modernere tijden willen aanpassen. Het gaat zover dat zij de hulp van de Grieken er bij inroepen om scherpe controle te houden.

logo-groen

Afgoden worden in elke woonplaats gebracht, briet miela, sjabbat, kasjroet en andere dergelijke “obscure” gebruiken, waarvan de betekenis zelfs voor onze hoogste geleerden onbegrijpelijk is, worden ten strengste verboden. Tora is acceptabel voor de Grieken zolang het als een interessant boek beschouwd wordt. Van het G-ddelijke aspekt ervan willen zij niets weten, dit past helemaal niet in hun filosofie, waarin de mens (en niet G-d) als superieur beschouwd wordt. De Joodse G-dsdienst is door G-d gemaakt, de Griekse door de mens. In het Jodendom heeft G-d de mens geschapen. De Grieken hebben hun goden zelf gecreëerd.

Onder deze omstandigheden werd het voor diegenen die zich standvastig aan het au-hentieke Jodendom wilden houden een onmogelijke situatie. Zij verkeerden in levensgevaar mochten de Grieken hun verboden activiteiten ontdekken. Dit was voor de Grieken trouwens een koud kunstje daar het wemelde van de verraders,namelijk de Hellenisten die de Grieken graag hielpen tegen de Maccabiem . De Maccabiem moesten zich in eigen land verbergen. Zij zochten hun toevlucht in de heuvels en de grotten waar zij onder leiding van hun generaal Jehoeda Hamaccabi in opstand kwamen. Een oorlog zal er worden gevochten; niet om de Grieken het land uit te drijven; wij zien immers na de overwinning van de Maccabiem de Grieken nog steeds in het land, maar om de G-dsdienstvrijheid te herstellen. De vrijheid om alle geboden uit te oefenen, zelfs die geboden die we alleen maar doen omdat G-d het ons vraagt en niet omdat wij het interessant of leuk vinden of omdat wij de traditie willen voortzetten.

De wetten van reinheid en onreinheid behoren tot de meest geheimzinnige voorschriften uit de Tora. Na de spirituele overwinning van de Maccabiem was hun eerste stap om de tempel te reinigen. Reine olie moest er gevonden worden om de Menora aan te steken. Reine olie moest verzegeld zijn door de Cohen Gadol, de Hoge priester, echter hadden de Grieken opzettelijk alle zegels verbroken. Er was immers geen verschil te zien tussen een verzegeld kruikje en een kruikje zonder die zegel; de hoeveelheid olie was het zelfde, de chemische sa-menstelling identiek en die reinheid was toch klinkklare onzin.

Een kruikje olie, waarvan de zegel nog onaangetast bleek te zijn, hebben de Maccabeeërs na zorgvuldig zoeken nog kunnen vinden. De hoeveelheid olie was onvoldoende. Acht dagen kostte het om nieuwe olie te halen en de gevonden olie was slechts voldoende om één dag te branden. “ Laten wij alvast aansteken wat wij hebben” besloten de Maccabeeërs. Het wonder gebeurde, het bewijs dat de Maccabeeërs gelijk hadden; de olie bleef acht dagen branden in plaats van één. Niet alles is op logica gebaseerd, niet alles is afhankelijk van de chemische samenstelling die de wetenschappers in de materie ontdekt hebben. Dezelfde G-d die de natuur geschapen heeft, is natuurlijk ook bij machte om die na willekeur te veranderen.

Nog vele jaren Chanoeka
Rabbijn A.L. Heintz