Licht in de duisternis

De Chanoeka kaarsen steken wij aan als het donker wordt. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de kaarsen aan te steken aan de buitenkant van de voordeur links, in het open-bare domein. In Jeruzalem, worden de lichten nog steeds geplaatst in een speciale glazen doos aan de buitenkant, links van de voordeur. Buiten Israël, gezien het Joodse volk tussen andere volkeren woont en men negatieve reacties vreest, is het niet meer de gewoonte om de kaarsen op straat aan te steken. Echter, door de kaarsen bij het voorraam aan te steken, zoals in Holland de gewoonte is, blijft de geest van dit principe gehandhaafd. Wij steken dus aan in de duisternis en in of naast het openbare domein. Oorspronkelijk stak men ook aan de linkerkant van de voordeur aan. Deze drie concepten van duisternis, openbare domein en links hebben een duidelijke binding met Chanoeka.

Duisternis

De Talmoed vertelt ons dat de Grieken “de ogen van het Joodse volk verduisterden.” De Griekse filosofie trok veel Joden aan. Deze Joden, die Hellenisten genoemd werden, waren door de duisternis van de ballingschap “verblind” en probeerden ook de andere Joden te overtuigen van de toen “moderne” Griekse waarden. Door aan te steken als het donker wordt laten wij zien dat de meest duistere balling-schap het Joodse licht niet kan doven.

Het openbare domein

Het openbare domein heet in het Hebreeuws, resjoet harabiem; letterlijk vertaald, domein van de meerdere. Privé domein heet dan ook resjoet hajachied; letterlijk, domein van de ene. De Grieken probeerden G-d te beperken. Hun eigen goden waren namelijk ook door menselijke eigenschappen begrensd. De vele goden hadden ook elk hun eigen domein, waarin elk zijn eigen macht kon uitoefen-en. De Griekse godsdienst was over meerdere domeinen verdeeld.

logo-orange

Ons Joodse huis kunnen wij maken tot een domein van de Ene – G-d, door er voor te zorgen dat G-d zich bij ons, als het ware, thuis voelt ( denk bijv. aan een mezoeza aan elke deurpost, een kosjere keuken, sjabbat kaarsen enz…)
Echter, als wij kijken naar de buitenwereld, naar het openbare domein, zien wij een meervoudigheid van verschillende meningen. Wij worden overspoeld met allerlei ideeën, filosofieën en levensopvattingen, die ook nog eens met de regelmaat van de klok steeds veranderen. Daardoor kunnen wij denken dat het buiten niet het domein van de Ene is, maar domein van de meerdere en domein van de meervoudigheid. Toch zijn wij kennelijk in staat d.m.v. de Chanoeka lichtjes bij het raam om in dat openbare domein, buiten ons Joodse huis een spirituele licht te laten schijnen om te laten zien dat zelfs buiten ons Joods huis het tevens domein van de Ene – G-d kan zijn.

Aan de linkerkant

Rechts symboliseert openbaring, geven, en goedheid. Daartegenover, symboliseert links, gebrek aan openbaring en strengheid. De mezoeza die aan de rechterkant van de deur hangt, symboliseert het aspect van ons leven dat spiritueel is. De linkerkant symboliseert de aspecten die op het eerste gezicht geen Joodse geest bevatten. Toch kunnen wij ook aan deze linkerkant een positieve draai geven; door de kaarsjes aan de linkerkant te zetten, laten wij het Joodse licht zelfs naar de buiten aspecten toe schijnen.

Zoals wij elke avond één lichtje toevoegen, zo ook hopen wij dat onze spirituele krachten steeds zullen toenemen, zo sterk dat zij zelfs aan het materiële een extra dimensie kunnen geven.

Met wensen voor een Chanoeka vol met Joods licht,

Rabbijn A.L. Heintz